Meervoudige intelligentie, MI

Meervoudige Intelligentie

Bij meervoudige intelligentie gaat het om ‘op welke manier iemand slim is’
Meervoudige intelligentie zegt iets over de manier waarop een kind het liefst willen leren. In aanleg verschillen we en zo zijn er acht voorkeuren te onderscheiden (ook wel talenten of intelligenties genoemd). Ieder kind ontwikkelt zich meestal in een aantal intelligenties sterker dan in de andere. De leerlingen op school zijn dan ook op verschillende manieren knap.. Zo houden we rekening met de sterke en zwakke kanten van een leerling 

De 8 intelligenties zijn:
1. taalknap 
2. rekenknap 
3. kijkknap
4. muziekknap
5. beweeg- of doeknap
6. natuurknap
7. zelf- of ikknap
8. samenknap

En hoe werkt dit in de praktijk? 
In groep 5 tot en met 8 wordt er in plaats van het volgen van een geschiedenis- en aardrijkskunde methode, gewerkt met MI-kaarten, uitgegeven en gemaakt door Marco Bastmeijer van “4keerwijzer”. In groep 1 tot en met 4 wordt eigenlijk op dezelfde manier gewerkt, alleen zijn hier de onderwerpen gekozen uit thema’s uit wereldoriëntatie (zoals “wonen”, “vervoer”, “sinterklaas”, “lente” of “piraten”).

Binnen vierkeerwijzer werken we met de volgende 4 stappen
Vragen
2. Ik
3. Ervaren en Experimenteren
4. Resultaat en Reflectie

Vragen
Bij elk thema staan 5 leervragen centraal. Deze hangen goed zichtbaar in de klas en worden aan het einde van het thema getoetst.

Ik
Hierbij gaat het om de inbreng van de leerling zelf. Wat weten we al en wat willen we nog te weten komen? Ook de vragen van leerlingen zelf komen op het bord. Ze vergroten we de betrokkenheid

Ervaren
De kinderen verwerken het thema d.m.v. opdrachtkaarten die ze elf mogen kiezen De kaarten passen bij de 8 intelligenties.

Resultaat

De 5 leervragen worden getoetst en kinderen presenteren hun werk.


We ervaren dat op deze manier er met veel meer plezier wordt gewerkt en er op de lange termijn veel meer kennis over een bepaald onderwerp blijft “hangen”.

“Wat het hart raakt, raakt het brein”